| | menu |
Publicaties
Met neus meer mens • Bernadette Groothuis
Dit artikel is overgenomen uit Motief, maandblad voor antroposofie, nr. 301, april 2026.
Tekst: Suzanne van Haaften
Beeld: Ruben Jorksveld
Wanneer Bernadette Groothuis een ruimte binnenkomt, komt er iets bruisends mee, een lichtheid, een sprankeling. Het is dan ook geen toeval dat haar clownsnaam Sprankel werd. Eerst heette ze Mitzi, naar de koosnaam die haar overgrootvader gebruikte voor haar overgrootmoeder. Tot een van haar clownsmaatjes haar een bericht stuurde: “Sprankel, is dat niks voor jou?” En ineens wist ze: ja, dát klopt. “Als ik lekker in mijn vel zit en het stroomt, dan sprankel ik,” zegt ze. ”Dan lééf ik.”
Het thema leven en óverleven vormt een rode draad door Bernadette’s verhaal. De weg naar het clownschap was een lange, golvende beweging. Een beweging die begon in haar jeugd op Texel, doorliep via de Vrije Hogeschool, het moederschap, relaties, verlies, ziekte, herstel, en die uiteindelijk uitmondde in een nieuwe geboorte: die van de clown.
Een wens die lang moest wachten
De eerste kiem ontstond begin jaren negentig, tijdens een periode van burn-out. “Ik lag in bed en voelde me helemaal niet oké. En ineens was daar dat besef: voor volwassenen is spelen óók belangrijk, essentieel zelfs.” Een diep verlangen kwam naar boven om daar iets mee te doen en ze volgde een meeloopdag bij de Nederlandse Clownsschool. Daar bleef het toen bij. In 2001 volgde Bernadette al een trainingsjaar bij Roeland de Vletter. Ze deed daarna nog workshops, maar het leven vroeg andere dingen en de clown zakte jarenlang weg in de onderstroom. In 2016 waagde ze een nieuwe poging, maar het was te kort na het overlijden van haar partner. Pas in 2023, na een coachingstraject, voelde ze: nu! Ze meldde zich aan voor de tweejarige opleiding School voor Clown & Leven. En daar, op haar drieenzestigste, werd haar clown geboren.
De clown als weg naar vrijheid
De opleiding bleek een kantelpunt. Niet alleen in haar clownschap, maar in haar hele menszijn. Bernadette vertelt hoe ze bij de opleiding binnenkwam: hooggevoelig, snel overprikkeld, geneigd zich terug te trekken. In de pauzes at ze haar broodje alleen. Maar gaandeweg ontstond vertrouwdheid met de groep.
Een van de meest wezenlijke momenten was tijdens een lesdag waarop ze zich tijdens een oefening ineens licht in haar hoofd voelde en blokkeerde. Ze vertelde het later tijdens de openingsronde. De docent zei: “Als je weer merkt dat je eruit trekt, geef het aan. Dan leggen we alles stil.” Dat gebeurde, met de uitnodiging om contact te maken met wat erónder lag. En toen mocht ze oefenen: naar voren stappen en zeggen: “Ik ben er” en weer terug stappen. Aanwezig zijn, verdwijnen, opnieuw verschijnen. Het was een oefening in bestaansrecht. Later, tijdens de afsluiting van het eerste jaar, kreeg ze als clown de opdracht om te zeggen: “Ik wil er zijn!” Ze kreeg het bijna niet over haar lippen. Maar toen het lukte, voelde het als een bevrijding. “Ik wilde mezelf vrij spelen,” zegt ze. En dat is wat er gebeurde.
Een ander markant moment was toen ze tijdens het tweede jaar een idee moest vinden voor haar eind-act. Terwijl anderen worstelden, kreeg zij een ingeving: een cocon. Een metafoor voor het proces van onzichtbaar op de achtergrond blijven naar zich tevoorschijn spelen. Het was de geboorte van de clown. Niet als vlinder, maar als mens. Het begin van een heel nieuw hoofdstuk.
Antroposofie: thuiskomen én worstelen
De antroposofie loopt als een andere belangrijke stroom door haar leven. Ze kwam ermee in aanraking op de Vrije Hogeschool, waar ze op haar negentiende begon. Dat voelde als thuiskomen en het rijke aanbod ervoer ze als voedend en inspirerend. Het was ook confronterend: de biografie-oefeningen, de intensiteit, de gevoeligheid. Maar de antroposofie vatte vlam in haar.
Later voedde ze haar drie dochters antroposofisch op. Ze was streng in de leer, dogmatisch zelfs, zoals ze zelf zegt. “Elke dag had zijn eigen graan. Geen plastic speelgoed, enzovoort.” Ze lacht er nu om, maar het was destijds heel serieus. Het gaf het houvast dat ze nodig had. Tijdens latere jaren bleef antroposofie een innerlijke bron. Ze las het tijdschrift Jonas, deed mee in een leesgroepje, bezocht de Christengemeenschap. Maar pas in 2020 werd ze lid van de Antroposofische Vereniging. Tijdens een meditatiereis in Egypte werd gevraagd of ze lid was. Ze zei: “Nee hoor, ik niet.” Toch bleef die vraag hangen en ze voelde: ik wil me verbinden. Sindsdien heeft ze meditatiedagen meegeorganiseerd en zoekt ze haar plek in het veld.
Bernadette’s verlangen is helder: ze wil haar clown en de antroposofie samenbrengen. Maar op welke manier is de vraag. En dat is waar de twijfel opkomt. Want de antroposofie voelt vaak zo serieus. Zo zwaar. “Waar is de humor in de antroposofie?” is een vraag die haar bezighoudt. Want haar clown brengt licht, lucht, speelsheid, verwondering. Durft ze dat in te brengen? De netwerkdag in januari bracht haar in dat kader een pareltje. Naar aanleiding van een gesprek dat ze er had, is ze in contact gebracht met clownsgroep Red Nose in het Goetheanum. Onlangs heeft ze zich daarbij aangesloten. Spannend, maar ook precies wat ze zocht.
Sinds een jaar speelt Sprankel via de Mediclowns regelmatig bij verschillende reguliere instellingen, bij mensen met dementie of een verstandelijke beperking. En af en toe speelt ze met een groepje clowns bij een themadag in het speciaal basisonderwijs. Dit speelveld zou Bernadette graag verder onderzoeken en uitbreiden naar antroposofische instellingen. Om ook daar lichtheid en humor te brengen met haar rode neus op.
Sprankel: een naam die klopt
Bernadette weet één ding zeker: ze wil spelen. Ze houdt van de improvisatie, van het moment, van het onverwachte. Ze wil zichzelf niet vooraf vastzetten in wat er zou moeten gebeuren. “Als ik mezelf toesta om vrij te spelen en daar open in ben, dan komen er vondsten. Dan gebeurt er iets. Dat is magie.” Ze droomt van spelen in zorginstellingen, bij vluchtelingenkinderen, misschien ooit op scholen. Maar ze voelt zich nog een jonge clown en dat is oké. Het hoeft ook nog niet duidelijk te zijn. Ze is aan het léven.
De naam Sprankel is niet zomaar een naam. Het is een essentie, een bestaansvorm. Een manier van in de wereld zijn. “Als ik sprankel, dan leef ik,” zegt ze. En dat is precies wat haar clown doet: leven, licht brengen, bewegen, openen. Het mooiste is dat het clown worden haar vrij heeft gemaakt. Vrij van oude patronen, van terugtrekken, van het gevoel hebben niet te mogen bestaan. Vrij om te spelen, te voelen, te verschijnen. Vrij om mens te zijn. Zoals ze zelf zegt: “Met neus meer mens.” De rode neus maakt haar meer aanwezig, meer echt, meer verbonden. En nu staat ze aan het begin van een nieuw hoofdstuk, waarin haar twee stromen – clown en antroposofie – elkaar eindelijk mogen ontmoeten. Misschien tijdens een ledenvergadering. Misschien bij een netwerkdag. Misschien op een andere manier. Maar één ding is zeker: waar Sprankel verschijnt, wordt het lichter. ||
Bernadette komt graag in contact met clowns die geïnspireerd zijn door
antroposofie.
Om elkaar te inspireren, samen te spelen en ervaringen uit te
wisselen: bernassie@proton.me
Informatie over de opleiding: www.schoolvoorclown.nl

